peuterpuberteit

Merel Onderzoekt | Ik ben twee en zeg nee!

PEUTERPUBERTEIT – Van onschuldige baby naar obstinate peuter die werkelijk om een schoenveter nog dwars kan liggen… De peuterpuberteit kan je overvallen als de ijsschots de Titanic destijds: het lijkt een kleine schots, maar blijkt een gigantisch probleem 😉 Maar hoe ga je er eigenlijk mee om? Strikt zijn of juist iets meebewegen? Ik zocht het uit! 

Verandering van karakter

Een illusie rijker

Verliefd staar je naar zijn prachtige lange wimpers, de ogen waarin je elke keer opnieuw verdrinkt en naar dat engelachtige gezichtje. Je zucht. Rot voor al die andere moeders dat hun baby in de dreumes- of peutertijd verandert in een draak, maar dat zal hier niet gebeuren. Ik bedoel, kijk nou! Hoe kan je ooit boos worden op dat lieve snoetje? Hij doet niemand kwaad, ligt alleen maar schattig te pruttelen…

Echt, ik weet nog goed dat ik (kort) na de geboorte van alle drie onze dochters dacht (ja, drie keer, ik ben gewoon een hopeloze romanticus): ik zal nooit boos op ze worden. Dat is onmogelijk. Zo lief, mooi, schattig, gezellig… Ik wist zelfs bijna zeker dat zij ook nooit dwars zouden gaan liggen.

Ik zeg nee, al ben ik nog geen twee

De confrontatie met mijn ongelijk liet niet lang op zich wachten. Alle drie zijn ze behoorlijk eigenwijs van karakter en dat lieten ze al snel blijken. June weigerde met slechts 1 maand op de teller nog langer te liggen, de andere twee pikten het woordje ‘nee’ snel op en bombardeerden dat meteen tot hun lievelingswoord.

Je derde krijgt het meest gedaan

Ze zeggen weleens dat je derde kind het meest gedaan krijgt. Vaak omdat hij of zij je laatste kindje is en je er dus extra van geniet. We zien dat hier wel terugkomen in behoorlijk gevatte opmerkingen. May mag dan niet direct een prater zijn, maar ze kan weleens in zichzelf mopperen: ‘Ja, ja, ik kom al hoor…’ of ‘Nee, ik heb daar geen zin in’. Als je haar dan vraagt wat ze zei, doet ze of haar neus bloedt en knippert nog maar eens extra met haar grote poppenogen. Hilarisch om te zien trouwens, maar tegelijkertijd maakt het je opvoeding extra uitdagend.

Merel onderzoekt: ik ben twee en zeg nee

Vandaag wil ik graag onderzoeken waarom kinderen eigenlijk veranderen van meegaande schatjes naar obstinate peuters die gewoon willen dat het leven loopt zoals zij dat willen. En natuurlijk hoe je daar als ouders mee kan omgaan. Want moet je nu extra duidelijke grenzen stellen of is het beter soms wat mee te bewegen?

Peuterpuberteit

Wat is de peuterpuberteit?

Als baby en dreumes is je kindje heel verwant met jullie als ouders: voor zijn gevoel zijn jullie één. Maar richting (of na) de tweede verjaardag komt daar verandering in. Plots beseft hij dat zijn persoon losstaat van het gezin en dat hij een eigen individu is. Ze merken dat ze niet overal in hoeven mee te bewegen en ook ergens tegenin kunnen gaan. Dat als zij geen rode schoenen aan willen vandaag, ze zich daar dus met man en macht tegen zullen verzetten. In tegenstelling tot bij oudere kinderen kunnen ze hun heftige emoties niet goed controleren. Ze raken bijvoorbeeld over hun toeren bij het zien van macaroni als ze eigenlijk patat wilden eten. Tot slot is er de frustratie. Ze willen steeds meer, maar het komt er nog niet altijd uit. Daarmee moeten ze net zo goed leren omgaan. De peuterpuberteit is, kortom, een heftige fase (voor zowel je kind als jijzelf).

Zijn alle peuters hetzelfde?

Misschien een open deur, maar niet onbelangrijk: zoals geen mens hetzelfde is, zo geldt dat natuurlijk ook voor peuters. Ten eerste hebben sommige kinderen een veel meegaander karakter dan anderen, maar ook is het tijdstip waarop de recalcitrantie begint niet gelijk. Waar jouw kinderen misschien wachtten tot hun derde, merkt een ander al veranderingen rond anderhalf.

Let op: hoe je kind zich in deze fase gedraagt, heeft doorgaans weinig te maken met jouw capaciteiten als opvoeder – hoewel buitenstaanders er maar wat graag een mening over hebben. Temperamentvolle kinderen zijn vanuit zichzelf heel intens en vragen om een compleet andere aanpak dan dat ene kindje dat eigenlijk alles wel best vindt. Probeer dus niet te oordelen als een ander om hulp vraagt, maar help. Of hou je mond.

Goed nieuws?

Ze zeggen weleens dat kinderen die enorm peuterpuberen, zich later in de ‘echte’ puberteit veel minder hoeven af te zetten. Daar hou ik me maar aan vast 😉

Aan welke ‘symptomen’ herken je de peuterpuberteit?

  • Driftbuien (wat dacht je van melodramatisch neervallen in de supermarkt?)
  • Stampvoeten
  • Schreeuwen
  • Armen over elkaar en zich afwenden van je
  • Nee zeggen (uiteraard)
  • Fysiek worden (slaan, bijten, schoppen)
  • Spartelen
  • Huilen (soms op het hysterische af. Om het verkeerd snijden van je boterham)

Waarom zetten peuters zich af?

Ik denk dat het heel belangrijk is om je kind goed te begrijpen als je hem wil helpen. Dus dat je door de gefrustreerde buitenkant heen prikt en ziet waarom hij zo boos is. Als gezegd ontdekken ze hun eigen wil. Ze proberen om te gaan met hun veranderende emoties en testen waar de grenzen liggen. Aan jou als opvoeder de taak om die duidelijk te maken en ze hierin te begeleiden.

Hoe ga je om met de peuterpuberteit?

Vooraf wil ik graag even zeggen: het is niet aan mij om je te vertellen wat je precies moet doen. Elk kindje is anders en jij kent die van jou het beste. Daarmee kan je zelf ook beter inschatten waar je zoon of dochter behoefte aan heeft en tot hoever je hier zelf in wil meegaan. In dit artikel vertel ik over verschillende methodes en wat daar de voordelen van zijn. Ik hoop dat je hierdoor iets meer handvatten krijgt om met de peuterpuberteit om te gaan en de periode iets makkelijker kan maken voor alle partijen.

Wat zijn de voordelen van meebewegen?

Met meebewegen bedoel ik dat je voor jezelf afweegt wat de strijd waard is. Pick your battles dus. Er zijn namelijk kleine problemen en grote problemen:

Kleine problemen Grote problemen
Welk broodbeleg?Alleen de weg over
Welke kleding?Van de wip springen
Wat ga je vandaag doen?Babyzusje in bad

In het eerste geval gaat het om kleine keuzes waarmee je niemand schaadt. Is het nu echt heel belangrijk om te strijden voor appelstroop? Of dat ze vandaag dat ene leuke kledingsetje aantrekken? Voor ons niet. Om ze echter niet te laten ‘verzuipen’ in keuzestress hanteren we daarom twee keuzemogelijkheden. Je mag appelstroop of honing als zoet belegd. Of je witte of rode shirtje. Zij krijgen het gevoel dat ze een beetje autonomie hebben en zijn daardoor veel meegaander.

De tweede ‘problemen’ zijn natuurlijk iets belangrijker om je poot stijf te houden. Zomaar de weg over rennen is gevaarlijk, je babyzusje alleen in bad doen, gaat nog niet. In die gevallen is het belangrijk de grenzen duidelijk af te bakenen: je mag nog niet alleen lopen. Mama houdt je vast. Ik zou zelf zeggen dat het bij kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong en/of temperament geen overbodige luxe is om niet in details te verzanden. Voor je het weet sta je te debatteren met je peuter… Het mag niet. Punt.

Wat als zijn keus de jouwe niet is?

Stel dat je het helemaal niet fijn vindt als ze in hun verkleedkleding lopen of je zelf echt griezelt van een pannenkoek met spek, maar je kindje wil het wel? Kijk dan voor jezelf hoe belangrijk het is om in die gevallen vast te houden aan je mening. Uiteindelijk blijft je kind een mix van beide ouders en zal hij of zij uitgroeien tot een eigen individu. Dat je niet wil dat hij insecten doodt, is bijvoorbeeld al van een ander kaliber dan dat hij eierkoek met smeerworst eet. Het geeft zelfvertrouwen als hij ook eens iets anders mag kiezen dan jullie eigenlijk willen zien. Daarvan leert hij zijn eigen mening, stijl en smaak ontwikkelen.

Wat zijn de voordelen van straffen en time-outs?

Je kan niet altijd meebewegen. Als je kind op zijn derde alleen naar school wil lopen, omdat hij denkt daaraan toe te zijn, is dat niet direct een situatie waarbij je hoeft toe te geven aan zijn mening. En een kind dat keihard schreeuwt om pindakaas terwijl jij zijn boterham net hebt gesmeerd met jam, vraagt er ook niet om dat je toegeeft en het zelf maar gaat zitten opeten. Voor kinderen is het belangrijk om grenzen te ervaren.

De gevolgen van een volledig vrije opvoeding

Dat bleek ook al uit de opvoeding van Jean-Jacques Rousseau (een Verlichte filosoof uit de achttiende eeuw). Hij schreef over Emile, een jongen die volledig werd vrijgelaten. Dat was volgens hem de ultieme opvoeding: de mens was goed van nature en zou de juiste keuzes maken. Verschillende mensen probeerden dit in de praktijk uit, maar dat liep natuurlijk uit op een fiasco. Het maakt eens te meer duidelijk hoe belangrijk het dus is om duidelijke grenzen te hanteren. Uiteindelijk is het de bedoeling dat je als opvoeder leert omgaan met bepaalde emoties, niet om overal aan toe te geven.

Wanneer kies je voor straffen?

Niet iedereen is trouwens voorstander van straffen. Zelf denk ik dat er niks mis mee is om je kind af en toe even op de gang te zetten. Wanneer?

  • Je kind spuugt in je gezicht, slaat of schopt je
  • Er komt een onverwachts scheldkanonnade uit je voorheen zo onschuldige schatje
  • Het schreeuwen houdt niet op
  • (Bij meerdere kinderen in de peuterleeftijd) Ze vechten elkaar de tent uit of doen gemeen

Voor ons is het vooral belangrijk om soms even een fysieke grens te laten ervaren: wat je net deed, mag echt niet. Bovendien geeft het ook weleens net de ruimte om weer tot rust te komen. Ze schrikken en beseffen dat ze te ver gingen. Ook handig als je zelf merkt dat je het moeilijk vindt om jezelf onder controle te houden: liever even in de gang dan dat je écht uitvalt. 

Hoe vind je een balans in je opvoeding?

Opvoeden is een vak dat je eigenlijk alleen maar leert in de praktijk: wat past bij jou én bij je kinderen? Het blijft altijd zoeken naar de juiste balans: niet te veel straffen, maar ook niet te meegaand zijn. Ik denk zelf dat het heel goed is om daarom altijd te zoeken naar verschillende methodes. Misschien past het helemaal niet bij je karakter om je kinderen op de gang te zetten. Of vind je het echt een crime als buitenstaanders duidelijk zien dat ze hun eigen kleding hebben uitgekozen. Tja, wie ben ik dan om je te vertellen dat zoiets verkeerd is?

Volgens mij is het creëren van balans een kwestie van tijd. Je leert jezelf als ouder steeds beter kennen en het karakter van je kind ook. Praat met anderen over je gevoelens van onmacht als je die ervaart, vraag hoe zij het aanpakken en neem mee wat je zelf ook kan toepassen.

Welke belangrijke oplossingen kan je voor jezelf hanteren in de peuterpuberteit?

Aandacht vragen

Voor sommige kinderen is het vertonen van ongewenst gedrag ook een manier van aandacht vragen. Ga bij jezelf eens na of ze vaker druk doen als je meer bezig bent met het huishouden of je telefoon dan met hen. Ongemerkt kan je namelijk op een dag met honderd dingen bezig zijn en daarbij minder stilstaan bij je kindje. Knuffel ze eens spontaan of complimenteer ze met hun zelfstandigheid. Dat kan voor je peuter de wereld betekenen.

Bied afleiding

De oplossing voor heel veel problemen is volgens mij nog altijd afleiding. Op welke leeftijd dan ook. Willen ze bijvoorbeeld per se nu televisie kijken? Neem ze mee naar buiten. Blijven ze doorzeuren over dat koekje? Ga samen knutselen. Zijn ze woedend omdat je geen memory met ze wil spelen? Pak een boek en lees voor. Geen gegarandeerde werking, maar vaak helpt het als je ze even helemaal uit de situatie neemt.

Hanteer duidelijke regels

Consequentie is één van de lastigste dingen, zeker als je begrip hebt voor bepaalde emoties. Maar kies voor jezelf waar jij echt de grens trekt (en doe dat dan ook). Denk aan:

  • Je doet anderen geen pijn
  • Samen spelen, samen delen
  • Papa en mama beslissen waar we vandaag naartoe gaan
  • Je mag niet alles meenemen uit de speelgoedwinkel
  • Met je vingers in de pindakaaspot is een no go

Verder kan je ze soms zelf laten ontdekken – binnen bepaalde grenzen natuurlijk. Willen ze hartje zomer hun winterjas aan? Of andersom: ‘s winters naar buiten in een legging? Geef ze even de kans om te voelen welk effect dat heeft en ze zullen sneller naar je luisteren.

Overigens zou ik persoonlijk wel willen adviseren om je kind dan niet heel de dag in die legging te laten rondbanjeren. Het gaat even om het effect dat ze voelen dat je hen probeert te helpen. Neem bijvoorbeeld een dikke skibroek mee voor onderweg. 

Leg uit en doe voor

De zaken en gedragsnormen die voor jou heel vanzelfsprekend zijn, hoeven dat voor je peuter absoluut niet te zijn. Dat je even wacht op je beurt bijvoorbeeld, niet krijst om een dropje of dat je andere kinderen niet ondersteboven kegelt, omdat jij als eerst op de glijbaan wil zitten: ‘Je doet dat meisje pijn als je haar duwt. Vraag eens netjes of je erlangs mag.’ Zo geef je aan welk gedrag ongewenst is, waarom en hoe je het anders kan aanpakken. Beoordeel je peuter niet met de kennis die jij hebt over hoe je met anderen omgaat, maar benader het als een moment om te laten zien hoe het hoort.

Neem afstand

Het opvoeden van een peuter die overal strijd over voert of om de haverklap in gillen uitbarst, is vermoeiend. Hoe herkenbaar het gedrag misschien ook is vanuit je eigen jeugd 😉 Neem daarom regelmatig even afstand als je merkt dat het je te veel wordt. Dat kan door een fysieke scheiding (in de vorm van een time-out), maar ook door de zorg even aan iemand anders over te laten. Er even een middag tussenuit met een vriendin kan wonderen doen. En tot slot: neem voldoende rust. Probeer zoveel mogelijk de noodzakelijke uren te slapen en gezond te eten. Dan kan je meer aan dan wanneer je doodop bent.

Negeer ongewenst gedrag en beloon gewenst gedrag

Als je dochter herhaaldelijk ‘mamaaaa’ roept, kan dat op een gegeven moment flink op je zenuwen gaan werken. Negeren is in dat geval echt het toverwoord. Het is immers niet handig wanneer ze leren dat je met negatieve aandacht uiteindelijk altijd krijgt wat je wil: waarom zou je het dan laten? Geef ze aandacht als ze op een normale manier naar je toe komen om iets te vertellen, dan leren ze ook wat wel de bedoeling is.

Veilige plek

Iets dat ik op de basisschool leerde, was het creëren van een veilige plek waar kinderen boos mogen zijn. Daarmee erken je het gevoel en laat je zien dat boosheid er mag zijn, maar dat je dat niet overal kan uiten. Dit is natuurlijk meer een hulpmiddel voor oudere peuters en kleuters die hun emotie onder controle leren krijgen, maar zeker een handige manier om je kindje te kunnen helpen.

Hoe ervaar jij de peuterpuberteit?

Afbeelding, Sarah Noda – Shutterstock

Author: Merel

Merel is eigenaresse en hoofdredactrice van het veelgelezen mama- en lifestylemagazine Lotus Writings. Dol op (iets te veel) snoepen, muziek uit 'haar' tijd en haar passie schrijven, maar het allermeest op Ro en hun drie temperamentvolle dochters June (12), Rose (4) en May (3).

3 Replies to “Merel Onderzoekt | Ik ben twee en zeg nee!

  1. Leuk artikel en lekker vermakelijk geschreven. Tot nu toe valt het bij ons twee jaar en drie maanden oude meisje érg mee, ze kan zich verbaal echt onwijs goed uitdrukken in volle zinnen, dus ik heb nog steeds die illusie van ‘dat gaat mijn kind vast niet doen’. Waarschijnlijk ligt ze nu ik dit gezegd heb morgen op de grond in de supermarkt whahaha.

    1. Dat scheelt enorm ja. Al zie ik bij rose van 3 een nieuwe fase in het puberen. Die gaat overal tegenin omdat ze denkt het beter te weten haha. Sta je ineens te debatteren met zo’n smurf 😂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge