Annemarel | Denken voor een ander – over onzekerheid en zelfvertrouwen

Ken je dat gevoel? Dat je op straat loopt (of rolt, in mijn geval) en dat je ogen in je rug voelt branden? Dat je je vertwijfeld afvraagt of je paars haar hebt gekregen, roetvegen op je gezicht hebt of een halve wc-rol achter je aansleept. Je hebt de hele waslijst al ingevuld en voelt je onzeker. Want hé… ze keken naar mij? Ja toch? Ik denk het wel en ze vinden me vast niet goed genoeg.

‘Je moet niet invullen wat een ander denkt!’ Dat was een zin die naar mijn hoofd werd gegooid in het eerste gesprek met mijn nieuwe therapeut in het revalidatiecentrum. Ik was begin 20, koppig als een ezel, eigenwijs als een varken en doof als een kwartel. Hallo! Wie denk je wel niet dat je bent?!?!? Wat was ik boos op hem! Woest gewoon! Hoe kon hij denken dat ik me door een ander liet beïnvloeden. Ik, de zelfstandigheid zelve! Powergirl 2.0. 3.0 misschien zelfs wel.

O, wat geloofde ik graag in mijn eigen sprookje! Want wat had hij een gelijk! Natuurlijk was het belangrijk voor me wat een ander dacht en vond, maar in hoeverre liet ik me hier daadwerkelijk door beïnvloeden? Was het aanzien hebben voor een ander echt zo belangrijk? Ik denk dat hij gelijk had. Ik was een late puber, druk bezig om de wereld te ontdekken, te studeren, nieuwe vrienden te maken en los te komen van alles om me heen. Op eigen benen staan!

Hoewel ik mezelf een powergirl 3.0 vond, dacht mijn lichaam daar anders over. Met allerlei klachten ging ik ziekenhuis in en ziekenhuis uit. Uiteindelijk kwam er een diagnose uit: fibromyalgie en CVS. Ik kreeg het dringende (inmiddels achterhaalde) advies om thuis te gaan zitten. Stop met studeren, stop met feesten, ga rusten, geef je lichaam rust! Ik vond ik het verschrikkelijk moeilijk om afspraken af te zeggen. Ik was als de dood dat mensen dachten dat ik ze niet aardig meer vond, dat mensen dachten dat ik me aanstelde, dat anderen dachten dat ik niets meer kon, dat ze dachten dat…. 

Daarom ging ik vaak maar door en door, tot het einde. Masker op, keep on smiling, keep on pleasing. Alles wat ik deed, deed ik als een golf; omhoog en omlaag, alles of niets! Alles om mijn positie op mijn sociale ladder te behouden.

Het duurde een paar jaar voor de omslag kwam. Ik leerde mijn lief kennen en hij wees me, tactvol, op mijn gedachtekronkels. Stelde me legio vragen:  Hoe kon ik weten wat een ander dacht? Hoe kon ik stabiliteit vinden én toch genieten? Hoe gezond was de relatie met mijn omgeving als ik zo op mijn tenen ging lopen? Waarom wilde ik anderen pleasen? Waarom was ik zo onzeker dat ik me anders voor moest doen?  Dankzij zijn tact ging ik niet gelijk in de verdediging, maar leerde ik vertrouwen hebben in mijzelf. Leerde ik doseren, leerde ik loslaten, leerde ik eigenlijk pas écht op eigen benen staan.

Ik leerde mijn eigen gedachten te vertrouwen en minder te denken wat anderen denken of … wat ik dacht dat ze misschien wel over mij dachten. Want daar bleef het bij, denken wat ze misschien wel dachten, want vragen of ik hun gedachten goed had geïnterpreteerd, dat deed ik niet! Dat durfde ik niet. Ik leefde van aanname naar aanname, vulde gedachten in en koppelde mijn eigen welbevinden daar aan. Een lastig leerproces. Het zit namelijk in mijn aard om een ander te plezieren. Dat ik daar zelf soms aan onderdoor ging, heb ik lange tijd voor lief genomen.

Ik denk dat ik daar niet de enige in ben. In onze cultuur en onze maatschappij draait het om aanzien, om zien en gezien worden, om je te profileren. En bij dit alles hoort de mening van een ander. Zonder de mening van een ander heb je namelijk ook geen reflectie, geen feedback of tegengas. Heb je geen zicht op je eigen kunnen en heb je geen spiegel voor je eigen handelen. Je hebt andermans mening dus ook nodig, maar het is moeilijk om hier de balans in te vinden.

Maar door schade en schande word je tenslotte wijzer. Ik leerde anders naar mezelf en mijn omgeving kijken. Sowieso heb ik ontdekt dat je, als je ouder wordt, andere prioriteiten gaat stellen. Je ervaringen tekenen je, je mensenkennis wordt groter en je positie op de sociale ladder een stuk minder belangrijk. Je kringetje vormt zich om te blijven, niet om te imponeren. 

De komst van onze kinderen veranderde me enorm. De zenuwbeschadiging, die er tijdens de geboorte van Roos bij kwam, bevorderde mijn lichamelijk situatie natuurlijk niet, waardoor ik ook mentaal even een recall nodig had. Bovendien leert het moederschap je focussen op dat wat je lief is en dat wat je absoluut niet wilt verliezen.

In ons geval heeft dat laatste zwaar gewogen. We moeten onze handjes dichtknijpen dat we allebei onze kinderen hier hebben mogen houden.  Als je kinderen moeten vechten hun leven, verandert je focus. Je prioriteiten worden verlegd en de ideeën van een ander worden naar de achtergrond geschoven. Je beeld van wat belangrijk is, is totaal anders.

Wat belangrijk is heb ik om me heen, is bij me en heeft me lief zoals ik ben, net zoals ik hen lief heb! Dat is waar het voor mij nu om draait. Dus denken wat een ander denkt en me daarin schikken, pleasen om aardig gevonden te worden en over de grens gaan om erbij te horen…dat heb ik toch wel losgelaten! Ik ben mezelf…er zijn al anderen genoeg.

Of, zoals Karl Lagerfeld ooit zei:

Personality begins where comparison ends

Volg jij Lotus Writings al op Facebook, Instagram en Pinterest

Afbeelding, Lipik Stock Media – Shutterstock


Author: Merel

Merel is eigenaresse en hoofdredactrice van het veelgelezen mama- en lifestylemagazine Lotus Writings. Dol op (iets te veel) snoepen, muziek uit 'haar' tijd en haar passie schrijven, maar het allermeest op Ro en hun drie temperamentvolle dochters June (12), Rose (4) en May (3).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge