In de serie Story of my life vertellen lezers anoniem hun persoonlijke verhaal, dat hen vormde tot wie ze vandaag de dag zijn. Sommigen doen dit als ouders, anderen als zoon of dochter. De namen in deze blog zijn om privacyredenen gefingeerd. Vandaag Sander, wiens biologische ‘moeder’ verslaafd was. Hij werd hierdoor verslaafd geboren en vertelt vandaag over de verstrekkende gevolgen voor zijn huidige leven. Mag ik ook jouw verhaal opschrijven? Mail me dan: merel@lotuswritings.nl. 

Ontmoetingen bij de kinderbescherming

Ze bleef me Pieter noemen: mijn geboortenaam

Sander: “Ik stapte de kamer in, we waren bij de kinderbescherming in Dordrecht. En daar zat ze, kort donkerblond haar, stevig postuur. Heel anders dan mijn moeder, die zo lief, hartelijk en zorgzaam is. Ik vond de ontmoetingen verschrikkelijk, maar moest wel. Op de tafel voor haar lag een cadeautje. ‘Pieter, kom eens bij mama,’ riep ze me bij zich. Ondanks mijn protest bleef ze me bij mijn geboortenaam noemen en zichzelf mama. Maar ik wilde haar cadeaus niet of die zogenaamde liefde. Ik wilde gewoon weer lekker terug naar huis met mijn adoptieouders. Ze was de oorzaak van alle ellende en elke keer dat ik haar zag werd ik daar opnieuw mee geconfronteerd.

Verslaafd geboren

Mijn ‘moeder’ Wil was verslaafd, maar raakte toch zwanger. Na negen maanden werd ik dus ook verslaafd geboren: spastisch, doodziek en ik kon niet stoppen met huilen. De kinderbescherming aarzelde geen moment en haalde me twee maanden na mijn geboorte bij haar weg. Mijn leven begon daardoor erg heftig. Ik moest afkicken als pasgeboren baby en werd geplaatst in een liefdevol adoptiegezin, maar het huilen en de spasmen bleven. Alleen wanneer mijn opa met me rondliep en melodietjes bromde, mijn wang tegen de zijne aan, werd ik stil. Zodra hij stopte, begon het weer. Pas na mijn eerste verjaardag kalmeerde ik. Praten deed ik echter nauwelijks. Tot mijn derde bleef ik alles aanwijzen of beeldde uit wat ik wilde hebben. En nog steeds ben ik vrij gesloten. Praten doe ik liever niet te veel over mijn gevoelens.

Verplicht afspreken bij de kinderbescherming

Ondertussen moest ik noodgedwongen blijven afspreken met Wil tot mijn zestiende verjaardag. Omdat ze niet in staat is voor iemand te zorgen, gebeurde dit dus altijd onder toeziend oog van de kinderbescherming. Leuk was het niet. Ik voelde geen connectie met haar, beschouwde Wil als een vreemde. En dat was ze natuurlijk ook. Haar stem alleen al gaf me koude rillingen. Ze hield consequent vast aan mijn geboortenaam en was in de veronderstelling het slachtoffer te zijn van de adoptie. Blijkbaar zag ze totaal niet in hoe zij en haar verslaving juist de oorzaak waren, dat ik verslaafd geboren ben en daar, dankzij haar, mijn hele leven tegen moet vechten.

Volgens haar was het één grote samenzwering

Tijdens de zomer van 2014 zocht ze voor het laatst contact met me. Via Facebook traceerde ze mijn werkgever, waar een dikke envelop vol verjaardagskaarten voor me werd bezorgd. Alle waren ondertekend met ‘groetjes, je moeder’. Naast de kaarten stuurde ze een brief mee, waarin stond dat ik mijn ouders niet moest geloven. Ze zouden haar hebben voorgelogen en ‘in de zeik genomen’. Ik had er flink de ziekte in en belde direct het telefoonnummer dat erbij stond. Ik vertelde dat ze moest ophouden en niets moest sturen, al helemaal niet naar mijn werk. ‘Maar ik ben je moeder, Pieter,’ zei ze daarop. Ik antwoordde: ‘Ik wil niets met je te maken hebben en zeker niet met je afspreken.’ Haar beweringen dat mijn adoptieouders mij zeker omkochten, smoorde ik in de kiem door haar te wijzen op de uitspraak van de rechter. Die was er immers niet voor niets: dat ik verslaafd geboren ben, is wat mij betreft al reden genoeg. Daarna hing ik op. Ze stuurde sms’jes vol scheldpartijen, maar ik blokkeerde haar. Inmiddels heb ik maar weer een nieuw nummer genomen, om te voorkomen dat ze weer contact opneemt.

Verslaafd geboren: de gevolgen voor mijn leven

Haar verslaving heeft tot op de dag van vandaag gevolgen voor mijn eigen leven. Terugkijkend vertoonde ik bijvoorbeeld op jonge leeftijd al afwijkend gedrag. Ik kon mezelf als gezegd niet goed uiten met woorden. In plaats daarvan bonkte ik met mijn hoofd op de grond wanneer ik kwaad was. En op de basisschool was ik bijvoorbeeld heel obsessief bezig met knikkeren. Verloor ik, dan haalde ik geld uit mijn spaarpot om nieuwe knikkers te kopen van een schoolvriendje. Ik weet zeker dat mijn ouders zonder enige twijfel nieuwe zouden hebben gegeven als ik het eerlijk had verteld, maar dat kon ik niet. Ook op de middelbare school en later MBO bleef ik gesloten over problemen. Mijn rapporten vervalste ik, om te voorkomen dat ze me zouden afwijzen. Nu pas besef ik dat niet mijn slechte schoolprestaties, maar mijn gedrag dit juist veroorzaakte.

Een verslaving ligt hier letterlijk om de hoek

Regelmatig drugsgebruik in ons dorp

Maar dit was misschien nog het minst erge. In het dorp waar ik woon werd (en wordt nog steeds) regelmatig drugs gebruikt. Je komt er dus hoe dan ook mee in aanraking, of je nu wel of niet zal gaan gebruiken. Ik hoorde helaas bij die eerste groep. Dat begon in het park, bij vrienden thuis en op housefeesten met een pilletje, destijds zeker twee tot drie keer per maand. De overstap naar cocaïne bleek vrij klein. Snuiven ging ook veel makkelijker. Soms gebeurde dat op een feest, maar vaker nog tijdens voetbalwedstrijden. In het stadion kwam ik gemakkelijk aan drugs, waar ik het in eerste instantie vooral met vrienden gebruikte. Maar na verloop van tijd gebruikte ik steeds meer alleen, wilde mijn coke niet meer delen met anderen. En vanaf toen ging het echt mis.

Stiekem doorgaan

Een dieptepunt was toch wel dat de politie me een keer ’s nachts oppakte. Bij thuiskomst lag er een pakje coke op tafel, mijn moeder vond het in mijn broekzak. Ze wisten het. Er kwam hulp in de vorm van een sociaal werker, wat nog redelijk vrijblijvend was. En omdat ik zelf eigenlijk helemaal niet toe was aan stoppen, bleef ik achter hun rug om cocaïne gebruiken. Het ging van kwaad tot erger. Ik begon zelfs geld te stelen van mijn ouders en zusje. Uiteindelijk was de maat vol en stuurden ze me naar een afkickkliniek. Daar binnen ging het allemaal goed, maar tijdens weekendverloven gebruikte ik weer als vanouds. Dat veranderde natuurlijk niet toen ik uit de kliniek ontslagen werd. Voor het eerst drong toen ook tot mij door dat ik echt verslaafd was.

Grootste dieptepunt

En toch ging niet alles slecht: ik kreeg intussen een huisje, had een goede baan. Deze dingen konden echter niet voorkomen dat mijn verslaving steeds heftiger werd. Uiteindelijk moest dit een keer misgaan en dat gebeurde ook. De problemen stapelden zich op, met als klap op de vuurpijl dat een deurwaarder me uit huis zette. Mijn ouders konden het toen niet over hun hart verkrijgen mij in de kou te laten staan en namen me in huis. Het was de laatste kans. Ik verziekte het echter zo erg, dat mijn moeder me het huis uit sloeg. Daar stond ik dan, met mijn koffer en autosleutels op straat. En daar drong voor het eerst echt tot me door dat ik hiermee wilde en moest gaan stoppen.

Mijn laatste hoop vestigde ik op Afrika

Ik ging daarom naar Afrika, op een speciale reis waar ze werken aan je verslavingsdrang. Het was loodzwaar, maar tegelijkertijd een echte nieuwe kans. Sindsdien (2010) gaat het redelijk met me. Hoewel ik vorig jaar een terugval kreeg, hou ik me redelijk staande. De verslavingsgevoeligheid blijft echter moeilijk om mee te leven: de cokeverslaving maakte plaats voor een verslaving aan eten. Ik baal er zo van dat ik maar blijf vechten tegen mezelf. De hele situatie bezorgt me veel stress. Bovendien ben ik inmiddels eenendertig, zonder voor mijn gevoel iets te hebben bereikt waar ik echt trots op kan zijn. Zo zou ik graag een relatie willen, maar dan zal ik toch eerst aan mezelf moeten werken.

Hoe het nu gaat

Mijn leven wordt gedomineerd door een continue strijd tussen ‘goed’ en ‘kwaad’. Ik wil voorkomen dat ik ooit op Wil ga lijken, maar mijn verslavingsgevoeligheid maakt dat heel moeilijk. Het gebrek aan discipline en het feit dat ik verslaafd geboren ben, zorgt ervoor dat ik makkelijk terugval. Toch blijkt mijn weerstand ten opzichte van mijn biologische moeder telkens weer sterker: ik blijf vechten en opkrabbelen. Maar het is lastig, ik weet goed waar het me aan mankeert en wil anderen niet meetrekken in mijn problemen.

Gelukkig kan ik ook iets positiefs melden. De band met mijn ouders en zusje is hersteld en daar ben ik zo dankbaar voor en trots. Ik vind het heerlijk ze te zien, ondanks onze drukke schema’s en ga graag een beetje darten bij mijn ouders thuis of voor de potkachel te zitten met een kopje thee. Daar kan ik zo van genieten, vooral omdat ik het ooit bijna kwijt was…”


Lees ook:

Story of my life deel 2: “Mijn bonusdochter is zes jaar jonger dan ik”

Story of my life deel 1: Waargebeurd sprookje?

De foto bij dit blog is afkomstig van Shutterstock

Author: Merel

Ik ben Merel. Samen met Ro zorg ik voor onze drie meisjes (10, 2 en 1 jaar): kleine eigengereide dametjes, die ons veel leren. Ik blog bijna dagelijks over ons leven, het ouderschap en de liefde. En omdat we hier in optima forma van een temperamentvol gezin genieten, ligt de inspiratie regelmatig letterlijk voor mijn voeten – al dan niet dramatisch schreeuwend omdat we de eierkoek verkeerd sneden. Dat maakt het bij ons thuis in elk geval nooit saai. Al zal onze bijna-puberende oudste daar wel een andere mening over hebben…

6 Replies to “‘Ik ben verslaafd geboren’ – Story of my life

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge