In onze tijd…

Regelmatig verschijnen berichten over kinderen die niet meer naar buiten gaan. Volgens journalisten de oorzaak van onze steeds dikker wordende jeugd. Buitenspelen kennen ze soms alleen nog uit de digitale omgeving, als ik dat licht (ok, behoorlijk) overdreven mag stellen. Zouden ze geen idee meer hebben hoe het moet? In dat geval kan mijn generatie daarin natuurlijk voorzien; we speelden vroeger dagenlang buiten en verveelden ons niet snel. Doe je mee met het ophalen van herinneringen? We waren namelijk druk met:

  1. Steltlopen

    Met houten stelten proberen zo ver mogelijk te lopen, wedstrijdje toen tegen je vriendinnen of trucjes proberen te doen (van binnen naar buiten stappen zonder te vallen).

  2. Spoorzoekertje

    Soms de neppe variant, waarbij je alleen aanbelde voor een snoepje, maar veel vaker versierde je de hele buurt met pijlen. Een groep vertrok met stoepkrijt en zette een route uit, de anderen volgden na honderd seconden. Onderweg moest je opdrachten uitvoeren en/of uitzoeken welke kant je precies op moest. Gegarandeerd uren speelplezier!

  3. Verstoppertje/balletje trap

    Het eerste spel is vrij bekend. Tijdens het zoeken roept de zoeker ‘buut… [naam]’ om iemand uit te schakelen. Je kunt jezelf vrij pleiten door hard ‘buut vrij’ te roepen bij het startpunt of (indien afgesproken) zelfs voor de hele pot, waarna de zoeker opnieuw aan de slag kan. Balletje trap gaat ongeveer op dezelfde manier. De bal wordt weggetrapt, waarna de zoeker hem moet halen. Achteruit loopt hij terug naar het startpunt en legt de bal neer. De spelers kunnen hem nog langer laten zoeken door de bal opnieuw weg te trappen.

    Leuk weetje: buut betekent ‘doel’ of ‘mikpunt’. 

  4. Elastieken

    Bij echte speelgoedzaken kun je ze nog steeds kopen: de ‘ouderwetse’ elastieken die je om je benen bindt. Je kunt verschillende rijmpjes zingen en de bijbehorende opdrachten uitvoeren. Bijvoorbeeld: ‘tip tap top, erin eruit erop’ of ‘Elastiekentwisten vind ik leuk, erin eruit erop erover…’ (wie hem kan aanvullen, mag het zeggen!). Als je alles goed hebt gedaan, kan het elastiek hoger, de benen wijder etc. om de moeilijkheidsgraad te verhogen.

  5. Springtouwen

    Je ziet het bijna nooit meer, maar wat was het leuk! Je had allerlei liedjes, zoals ‘In spin, de bocht gaat in’ en ‘Tingelingeling de schoolbel gaat’. Je kon het individueel doen en allerlei trucjes oefenen, maar ook met een lang touw en een groep.

  6. Spelen met buitenspeelgoed

    De lolo-bal, diabolo, voetbal, jongleerballen,

  7. Badminton

    Met stoepkrijt kun je een veld maken, daarna een competitie met de buurt opstarten (of in elk geval met je broertje of zusje). Varianten: voetbal, volleybal of de combinatie voetvolley.

  8. Landje veroveren

    Als ik me het goed herinner, verdeel je de groep in een tikker en spelers. De laatsten rennen weg, terwijl de tikker tot tien telt. Bij tien mag niemand nog bewegen, alleen in de richting van de tikker. Die roept dingen als: ‘Zet tien reuzenstappen mijn kant op’ of ‘maak drie muizensprongetjes’. Net zolang tot hij de spelers kan tikken. Zodra hij iemand tikt, mag hij een cirkel om diens voeten zetten en daar een eilandje maken. Vanaf dat eiland kan hij verder tikken, net zolang tot de hele groep af is. De spelers kunnen hem verslaan door eerder op het startpunt aan te komen, dan de tikker hen kan aftikken.

  9. Annemaria Koekoek

    Voor de zekerheid, hoewel iedereen het spel vast kent: de tikker roept Annemaria Koekoek, terwijl de spelers zijn kant op bewegen. Zodra de tikker is uitgesproken, moet iedereen stokstijf blijven staan. Maar pas op! Halverwege kan hij ineens achter je aan komen. Zorg dat je sneller over de eindstreep bent dan de tikker je kan pakken, anders ben jij aan de beurt.

  10. Knikkeren

    Je ziet ze nauwelijks nog en ook knikkerpotjes lijken wel van de aardbodem verdwenen, maar vroeger konden we er geen genoeg van krijgen. Zodra de schoolbel rinkelde, stonden we met zijn allen op het plein om elkaar de mooiste knikkers af te troggelen. Er was een heuse rangorde, achteraf natuurlijk redelijk zelfbedacht, en eentellers waren het minst waard. Spetters daarentegen deden het goed. En, waar op andere gebieden the motion in the ocean telt, ging voor knikkers wel degelijk op: size matters! Hoe groter, hoe meer waard. Spreek alleen duidelijk af of je spelletje voor de lol is of echt menens, voor je daar ruzie over kunt krijgen…

Welk spel mist volgens jou in dit rijtje (dat ongetwijfeld nog veel verder kan worden aangevuld)? Of heb je aanvullingen? En wat speelde jij zelf graag?

Author: Merel

Ik ben Merel. Samen met Ro zorg ik voor onze drie meisjes (10, 2 en 1 jaar): kleine eigengereide dametjes, die ons veel leren. Ik blog bijna dagelijks over ons leven, het ouderschap en de liefde. En omdat we hier in optima forma van een temperamentvol gezin genieten, ligt de inspiratie regelmatig letterlijk voor mijn voeten – al dan niet dramatisch schreeuwend omdat we de eierkoek verkeerd sneden. Dat maakt het bij ons thuis in elk geval nooit saai. Al zal onze bijna-puberende oudste daar wel een andere mening over hebben…

12 Replies to “Ouderwetsch buitenspelen voor beginners

    1. Haha! Je bent niet de enige hoor, hier thuis heb ik nog iemand ingewijd in de geheimen van de buut 😉 Buurt zou eigenlijk wel logischer zijn.

      En over de Pokémons kan ik niet veel zeggen, omdat ik uit voorzorg (verslaving, en dan met name bij mezelf haha “mag ik”, “zo, mama is er bijna”) de app niet heb geïnstalleerd. Maar ik vermoed inderdaad dat het wel iets anders is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge