Mijn dochter lijdt aan het prinsesjessyndroom

Hard rukt ze aan het leren hengsel van mijn enige nette tas. ‘Isse mij! Mama, geef maar!’ en om haar woorden kracht bij te zetten, stampt ze driftig op de grond. ‘Ik snap dat je hem graag wil, maar nee. De tas is van mama.’ Ze geeft zich absoluut niet gewonnen en gooit haar volle gewicht in de strijd, waardoor ze even later op de grond ligt – dat hengsel nog steeds stevig in haar handen geklemd. Ik herhaal mijn woorden nog eens duidelijk en probeer haar peutervingertjes los te wrikken, die nog verrassend stevig blijken vast te zitten. Even vraag ik mezelf af hoelang ik deze milde aanpak nog zal volhouden (klaarblijkelijk werkt het niet), maar dan verzwakt ze een seconde. Meteen trek ik de tas naar me toe en berg hem hoog op. Peuter krijst kortstondig en is behoorlijk verbolgen, máár tas tenminste veilig buiten haar bereik.

Ik zucht. We lijken aanbeland in een nieuwe fase. Alles is namelijk ineens van haar. Dat ene knuffeltje waar ze maandenlang niet naar omkeek tot haar babyzusje hem in handen heeft, de duploblokken, maxi cosi, mijn make-up, ieder boek in de kast (zowel haar Nijntjeboeken als mijn foute liefdesromans), computer, bureaustoel, televisie… Nou ja, ik denk dat ik zo wel duidelijk ben. Echt alles dus. En zodra je het tegendeel beweert, ontsteekt ze soms in razernij. Prinsesjessyndroom noem ik het, deze nieuwste ontwikkeling. Waarschijnlijk is het ontzettend nuttig en hoort het bij het ontwikkelen van een eigen identiteit, maar toch. Als ik om me heen kijk, lijken al die andere kindjes van haar leeftijd echt stukken minder koppig en dwars.

Het heeft gelukkig af en toe ook iets grappigs. Gewapend met het boek ‘Mees Kees op kamp’ (eigendom van haar zus, zojuist op diens kamer gepakt) drentelt ze rond in haar pyjama. Zodra ze haar babyzusje in het vizier krijgt, rent ze bijna panisch naar de andere kant van de huiskamer. ‘Nee blijf af! Isse mij! Mijn boek, niet aankomen.’ Onbewust van de waarschuwingen die haar zus zojuist haar kant opslingerde, kruipt baby naar de omgekeerde doos duplo en sabbelt op een stukje. Nog een keer gilt peuterzus in het luchtledige: ‘Niet aankomen!’ Gewoon om toch haar punt nog maar eens te maken. Ik ga vast aan de ontbijttafel zitten met baby en pak een boterham. Ze ziet het, laat het boek subiet vallen en komt naast me zitten. ‘Gezellig mama.’ Dat is dan weer het voordeel aan peuters: hoe heftig de fases ook zijn, afleiding werkt bijna altijd.

Herkennen jullie het? En hebben jongetjes ook zo’n soort fase?

Author: Merel

Ik ben Merel. Samen met Ro zorg ik voor onze drie meisjes (11, 3 en 2 jaar): kleine eigengereide dametjes, die ons veel leren. Ik blog bijna dagelijks over ons leven, het ouderschap en de liefde. En omdat we hier in optima forma van een temperamentvol gezin genieten, ligt de inspiratie regelmatig letterlijk voor mijn voeten – al dan niet dramatisch schreeuwend omdat we de eierkoek verkeerd sneden. Dat maakt het bij ons thuis in elk geval nooit saai. Al zal onze bijna-puberende oudste daar wel een andere mening over hebben…

2 Replies to “Mijn dochter lijdt aan het prinsesjessyndroom

    1. Haha dat komt me bekend voor 😉 Maar grappig, misschien omdat het jongens zijn? Of je hebt gewoon redelijk rustige jongens, dat kan ook. Hoe dan ook, fijn dat het meevalt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge