Gisteren schreef ik al waarom het absoluut niet uitkomt als je als ouder ineens de griep krijgt. Minstens zo vervelend is grieperig rondlopen (in de staat dat je je nog steeds ellendig voelt, maar niet ziek genoeg meer bent om nog geoorloofd op bed te blijven liggen). Waarom dit ook nooit uitkomt?

  1. Kinderen lijken het aan te voelen dat je grieperig bent

    Zodra je niet lekker bent, komen ze bovenop je zitten als waakhonden. Het liefst op je zere buik of precies tussen je ribben, zodat je nog minder gemakkelijk kunt ademhalen. Aan het einde van de rit voel je jezelf nog ellendiger dan toen je opstond.

  2. Ze lijken nog ondeugender dan normaal

    Heel begrijpelijk trouwens. Als ik grieperig ben, dan ben ik ook vele malen minder mobiel. Ik lig dan een beetje als een gillende keukenmeid vanaf te bank te commanderen dat ze van de salontafel af moeten of dat ik niet wil dat ze met krijt de vensterbank vol kleuren. Ik krijg hoogstens een opgetrokken wenkbrauw, maar het haalt niks uit. Ze maken meteen misbruik van hun zielige moedertje en halen gelijk nog meer kattenkwaad uit dan normaal.

  3. Je bent zelf veel ongeduldiger

    Ik kan niet veel hebben wanneer ik niet lekker ben. Gevolg is dus een knorrige moeder en kinderen die daar een (eufemistisch gezegd) uitdaging in zien. We liepen door een bomvolle Albert Heijn. Grieperig als ik was vergat ik telkens van alles en liep dus onnodig vaak heen en weer. Mijn dametjes werden ongeduldig en begonnen te klieren. Terwijl dochter 1 uit haar zitje klom, besloot dochter 2 haar Dora hagelslag open te trekken. En terwijl ik ze allebei weer in het gareel dacht te hebben, trok peuterlief grijnzend een toetje open. Ik werd kwaad, kon twee toetjes weggooien wegens een gescheurde verpakking en liep mopperend met ze naar de auto terug. Op de terugweg besloot ik toch even het gesprek aan te gaan:

    Peuter: ‘Dat was een leuk grapje hè, mama?’
    Ik (zuur als een flinke fles azijn): ‘Als je het allemaal zo grappig vindt, zullen we eens zien hoe hard je lacht als je geen toetje krijgt vanavond.’
    Peuter: ‘Ik deed het niet expres mama.’
    Ik: ‘Je mag geen toetjes open maken in de supermarkt. Je wist toch wel dat je een stout bezig was?’
    Peuter (de ware onschuld zelve…): ‘Nee… Nee mama, dat wist ik niet.’ En even later in zichzelf: ‘Ik had een toetje opengemaakt. En toen keek mama zo boos.’ *fronst gezichtje en tuit lippen*
    Haar gezicht was priceless! Ik kon niet anders meer dan in mezelf grinniken, hoe geïrriteerd ik even daarvoor ook was. Maar toch, zulke gebeurtenissen lijken allemaal veel vervelender als je niet helemaal jezelf bent.

  4. Dat je ineens niet meer kan slapen

    Wanneer je dag A extreem veel slaapt door de griep, dan kan het zomaar eens op dag B het geval zijn dat je 4 uur ’s nachts wakker wordt. Wetend dat je nog maar twee uur hebt, probeer je opnieuw iedere seconde slaap te pakken die je zou kunnen krijgen, maar tevergeefs. In elk geval, dat overkwam mij vorige week. Ik lag te stuiteren in mijn bed, kreeg het te warm onder het dekbed en te koud erboven. Uiteindelijk heb ik maar een blog geschreven en zat om 6.10 uur met twee aangeklede kinderen in de huiskamer. Heb je dan vakantie voor!

  5. Of juist extreem veel wil slapen

    (Vaak in het beginstadium van de griep) Dit komt nooit uit, want je hebt helemaal geen tijd om je ogen dicht te doen. Als ze de tent al afbreken onder toezicht, dan wil je niet weten hoe de huiskamer eruit ziet na een powernap.

  6. Lekker ‘even knutselen’ is een no go!

    Ik dacht makkelijk te doen en zette verf op tafel, een lading kwasten, potje met water (tja…) en verschillende vellen papier. Binnen vijf minuten zaten zowel dreumes als peuter onder de verf, van blauwe handen tot eclectische vegen over hun gezicht, lag het potje water over een vel papier en de vloer heen en waren hun voorheen witte kinderstoelen geverfd in de kleuren van de regenboog. Uiteindelijk kostte het me een halfuur om de boel weer in oorspronkelijke staat terug te krijgen, wat me per saldo dus zes keer zoveel werk opleverde als plezier.

  7. Zolang je nog kunt lopen, kun je zorgen

    Althans, dit is mijn stelregel. Ik kan het niet aan mezelf verkopen dat ik grieperig op de bank ga liggen, terwijl ik weet dat het huishouden om aandacht schreeuwt of betaalde werkzaamheden liggen te wachten. Dan hijs ik mezelf toch maar overeind en ga aan de slag. Maar of dit nu echt bevorderlijk is voor de situatie, kinderen en mijn energielevel…?

Waarom vind jij ziek zijn absoluut niet uitkomen?


De foto bij dit blog is afkomstig van Shutterstock.

Author: Merel

Ik ben Merel. Samen met Ro zorg ik voor onze drie meisjes (10, 2 en 1 jaar): kleine eigengereide dametjes, die ons veel leren. Ik blog bijna dagelijks over ons leven, het ouderschap en de liefde. En omdat we hier in optima forma van een temperamentvol gezin genieten, ligt de inspiratie regelmatig letterlijk voor mijn voeten – al dan niet dramatisch schreeuwend omdat we de eierkoek verkeerd sneden. Dat maakt het bij ons thuis in elk geval nooit saai. Al zal onze bijna-puberende oudste daar wel een andere mening over hebben…

3 Replies to “7 redenen waarom grieperig zijn dus écht niet uitkomt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge